Bonen

Bonen - peulvruchten

Zaaien van bonen

Vanaf mei als de grond warm is, kan er buiten gezaaid worden. Als het nog te koud is buiten, kunnen er (glazen)kappen over de grond te zetten. Zet de kappen al enkele weken voor het zaaien neer, zodat de grond tijd heeft om op te warmen. De grondtemperatuur dient voor de bonen minimaal 10 graden te zijn. Maak geulen van 3-5cm diep, 45cm uit elkaar en leg hierin het zaad, ongeveer 5 tot 10 cm uit elkaar. Giet iets water onderin de geul, zodat er genoeg vocht is om te zaden te doen ontkiemen. Muizen houden erg van deze zaden en graven deze graag op. De muizen zijn af te schrikken door het zaad van de tevoren in paraffine te dopen.
In de winter kan alvast een laag stalmest in de grond gespit worden. Voor de meeste bonensoorten is dit voldoende om de grond vruchtbaar te houden. Eventueel kan een week of 2 voor het zaaien nog een kleine hoeveelheid organische mest of samengestelde kunstmest door de grond worden gespit.

Kweken

Zeker in het begin is het belangrijk om vaak te schoffelen. Verwijderen onkruid zo snel mogelijk, om de planten de kans te geven goed te groeien. Bedek de grond met wat stro, gras of (zwart) plastic om het onkruid weg te houden en minder water te laten verdampen. Bij droog weer geregeld water geven.
(Stok)bonen worden bijna 2 meter hoog. Er zijn stokken, palen of een dradenstelsel van touw nodig om de planten te geleiden en te ondersteunen. Zodra de zaailingen goed aan de groei zijn, kan gestopt worden met water geven (tenzij het erg droog is). Teveel water in deze periode zorgt voor meer bladgroei. Dit gaat ten koste van het vormen van bloemen. Zodra de bloemen verschijnen mogen de bonen planten volop water hebben. Voldoende water in deze bloeiperiode zorgt voor een aanzienlijke betere bonen oogst. Per week kan per vierkante meter een kleine 20 liter water worden gegeven.

Oogsten

Het regelmatig plukken van bonen is essentieel om een voortdurende productie van bonen te houden. Dit verschilt echter wel van soort tot soort. Stabonen geven maar betrekkelijk kort hun vruchten af, vandaar dat deze soort vaak in verschillende opeenvolgende zaaisels wordt gezaaid. Stokbonen, echter, geven de hele zomer hun boontjes af. Haal bonen in zijn geheel van de plant af en wees hierbij voorzichtig, zodat de plant niet beschadigd.
Laat bonen niet te lang aan de plant zitten. Overrijpe peulen zijn dradiger. Deze peulen zijn te herkennen als de zaden als hobbels in de peulen zitten.

Vlekkenziekte bij bonen

De vlekkenziekte is een bacterieziekte, waarbij er donkere waterige vlekken op de bladeren en bonen van de plant komen. Daarna vormt zich een gele kring rondom deze vlekken. Bij vochtige weersomstandigheden breidt de vlekkenziekte zich makkelijk uit. De ziekte komt vaak voort uit het planten van besmet zaad. Bewaar daarom nooit zaad van besmette planten. Trek planten met vlekkenziekte in zijn geheel uit de grond en voer deze af, zodat de bacterie zich niet kan verspreiden naar andere planten.