Boerenkool

boerenkool
Boerenkool

Boerenkool is een bladkool die nog erg dicht bij de oorspronkelijke wilde soort staat. Het is een koolsoort die makkelijk te verbouwen is. De plant wordt niet snel ziek en overleefd ook in de winter. De donkergroene, gekrulde bladeren van de boerenkool kunnen van november tot maart worden gegeten. De boerenkool is zelfs het lekkerst als deze wordt geoogst na de eerste nachtvorst. Door de nachtvorst wordt het zetmeel in de boerenkool omgezet in suikers. Deze omzetting kan ook bereikt worden door verse geplukte boerenkool een tijdje in de diepvriezer te leggen. Gebruik alleen jonge blaadjes/scheuten en trek gele of taaie bladen van de plant af en gooi ze weg.

In mei / juni kan boerenkool gezaaid worden in een zaaibed. Dit spaart ruimte, omdat in deze periode andere vroege groenten op de uiteindelijke plek van de boerenkool gekweekt kunnen worden. Na ongeveer 8 weken kunnen de jonge zaailingen worden uitgeplant in de volle grond. Houd onderling ongeveer 60cm ruimte vrij. Men kan ook minder ruimte (45cm) vrijlaten en als de planten groter worden de kleinste, zwakkere planten verwijderen. Deze groente kan eventueel groeien op een arme grond. Zonodig kan extra bemest worden zodat de planten groter worden.
Verbouw boerenkool nooit meer dan drie jaar achtereen op dezelfde plek. Verbouw de boerenkool het liefst op een plek waar het jaar ervoor bonen of erwten hebben gestaan. Deze planten laten stikstof in de bodem achter die weer goed is voor de groei van boerenkool planten.
In de tweede helft van de zomer willen de planten nog wel eens last krijgen van de witte vlieg. Deze legt zijn eieren onder het boerenkoolblad. De bladeren zijn na schoonmaken dan nog wel gewoon te eten.
De bladeren kunnen van november tot maart geoogst en gegeten worden, maar zijn het lekkerst na de eerste nachtvorst. Oogst de bladeren door de jonge bladeren van boven naar beneden van de plant te plukken.
Vergeet niet om in de herfst, laat opgekomen onkruid nog even te verwijderen.